kloosters in Amsterdam

Afdrukken

1=Oude Nonnenklooster
2=Kartuizerklooster
3=Regulierenklooster
4=Sint Claraconvent
5=Agnietenklooster

6=NieuweNonnenklooster
7=Margrietenklooster
8=Paulusbroedersklooster
9=Sin
t Ceciliaklooster
10=Sin
t Maria Magdalenaklooster
11. Sint Catrijnenklooster
12=SintLuciënklooster
13=Sin
t Mariaklooster
14=Sint Ursulaklooster
15=Sint Barbaraklooster
16=Sint Geertruidenklooster
17=Cellebroedersklooster

18=Bethaniënklooster
19=Minderbroedersklooster
20=Sint Alexiusklooster
21=Clarissenklooster
22=Begijnenhof
A=Sint Elisabethgasthuis
B=HeiligeSacramentsgasthuis
C=Sint Jorisgasthuis
D=Sint Pietersgasthuis
E=OnzeLieveVrouwegasthuis
F=SintNicolaasgasthuis


Middeleeuwse kloosters, Begijnenhof en gasthuizen in Amsterdam.
Eind 14e eeuw verschenen in de stad de eerste kloosters. Honderd jaar later dan in andere steden in Holland, maar op dat moment leven er zo'n 3000 mensen in Amsterdam.
In het zuid-oosten van de middeleeuwse stad is er een concentratie van kloosters. De bodem was hier moerassig. Dus verhogen van de grond was noodzakelijk. De stad had de middelen (financiën en materialen) niet. Voor de kloosters was het daarom goedkoop om daar grond te verkrijgen.
Er waren maar twee kloosterorden goed vertegenwoordigd: de Franciscanen, nl. Minderbroeders, Clarissen en de Derde Orde, een lekenorde, waartoe het meerendeel van de vrouwenconventen behoorde en enkele kloosters, die volgens de regel van Augustinus leefden, de Regulieren.
Begin 15e eeuw gingen diverse religieuze leefgemeenschappen onder lichte dwang verder als lekenconventen van de Derde Orde der Franciscanen, die slechts een beperkte gelofte aflegden en makkelijk tussen de burgerij verkeerden. Zij hielden zich, naast contemplatie, o.a. met zieken-, wezen- en armenzorg bezig.
Begijnen bleven zo mogelijk nog wereldser en legden in het geval van het Begijnenhof slechts een gelofte van kuisheid af, maar konden elk moment weer terug naar de "buitenwereld".
Gasthuizen waren oorspronkelijk bedoeld om pelgrims tijdelijk onderdak en verzorging te bieden. Door het Mirakel van Amsterdam (1345) kwamen veel pelgrims naar de stad met risico van overdraging van besmettelijke ziekten. Vandaar dat dat die gasthuizen vaak ziekenhuizen werden en soms zelfs pesthuis konden zijn. Ze waren door particulieren (broederschappen en soms gilden) gesticht en verkregen hun budget uit legaten en schenkingen.
Twee grote stadsbranden (1421 en 1452) verwoestten driekwart van de stad en 14 kloosters. Op deze kloosterterreinen zijn later andere gebouwen geplaatst.
Na 1578 (de Alteratie) werd het katholieke stadsbestuur de stad uit gejaagd. Alle bezittingen van kerken en kloosters werden in beslag genomen en de uitoefening van het katholieke geloof werd ernstig beperkt.

Wednesday the 13th. Joomla 2.5 templates. Custom text here