kloosters in Amsterdam - 1.Oude Nonnenklooster

Afdrukken

1.Oude Nonnenklooster of Sint Mariënveld ten Nyen Lichte of Domus Campi Beatae Mariae.

De woongemeenschap bestond al enige tijd toen in 1386 drie poorters voor de bewoners een erf pachtten in de ‘uuterste nesse’, de driehoek ten zuiden van de Grim. In 1389 verschenen 46 zusters met de door hun gekozen 4 voogden voor de schepenen van Amsterdam om een zusterhuis te stichten. Een der voogden was Gijsbert Dou(we), seculier priester, steenrijk en behept met het virus van de Moderne Devotie, de religieuze beweging van Geert Groote. Datzelfde jaar nog bewoog Dou twee rijke weduwen ertoe de paus te verzoeken over te mogen gaan tot de stichting van een klooster voor 12 reguliere kanunnikessen van St.Augustinus. Van de initiatiefneemsters van begin dat jaar is dan geen spoor meer te vinden; het is een elitair gezelschap geworden, dat bereid was de hoge kosten van een kloosterstichting te dragen. De toestemming van de paus kwam in 1391, die van de landsheer Albrecht van Beieren in 1393 en de bevestiging van de stad Amsterdam eveneens in 1393.
Door deze geslaagde coupe van Dou valt er te discussiëren over de stichtingsdatum van dit klooster; is dat 1389 voor het zusterhuis der Derde Orde of 1393 voor het Augustinessenklooster? Door Gijsbert Dou kwamen de nonnen op het spoor van de Moderne Devotie en uiteindelijk maakten ze vanaf 1400 deel uit van het kapittel van Windesheim. Intreding stond alleen open voor kapitaalkrachtige vrouwen wat inhield dat van de 46 eerste zusters er 38 afvloeiden. Die verdwenen naar burgerhuizen elders, maar daaruit zijn rond 1397 nieuwe woongemeenschappen ontstaan, waaruit later Derde Orde-kloosters voortkwamen als het St.Clara-, St.Agnes-, St.Cecilia- en St.Catharinaklooster, die de benodigde grond tegen schappelijke voorwaarden of zelfs voor niets van het Oude Nonnenklooster in pacht kregen.
In 1401 werd de kapel gewijd. Omdat de inkomsten nog steeds onvoldoende waren verhuurde Dou en zijn orde terreinen aan de Nes aan eerdergenoemde zusters, wat een hele concentratie van kloosters met contemplatieven opleverde in dat stukje Amsterdam. Op het kloosterterrein zelf werden nog terreinen verkocht waarop in 1522 een stadstimmerwerf (Scaffery) en in 1545 een brouwerij werden gevestigd. Naast de kanunnikessen was er nog wel plaats voor werkzusters ofwel conversinnen. Het klooster wist, als een der eerste kloosters van de stad, een groot aantal landerijen en huizen zowel binnen als buiten de stad te verwerven, wat maakte dat het St.Mariënveld het rijkste klooster van Amsterdam werd. Halverwege de 16e eeuw kwam op het wufte leven van de rijke nonnen veel commentaar van andere geestelijke instellingen en werd zelfs aan overheden verzocht dit “bordeel” te sluiten. De nonnen ontvingen gasten en familie, ook mannen!
Met de Alteratie in 1578 werd het klooster geconfisqueerd, de nonnen, samen met de Nieuwe Nonnen zo’n 100 in getal, werden schadeloos gesteld, kregen wat huisjes op het terrein om verder te bewonen plus een traktement tot aan hun dood. De toegangspoort tot het oude klooster werd in 1603 vernieuwd en in 1736 voorzien van beelden. Dit geheel is vandaag nog te bewonderen.
01grimburgwal10
Binnengasthuis (Grimburgwal 10)
Na de Alteratie werd dit complex, samen met dat van de Nieuwe Nonnen, overgedragen aan het Sint Pietersgasthuis, dat na 1635 Binnengasthuis ging heten. In 1579 verhuisde het Sint Pieters vanuit de Nes en in 1582 volgde het O.L.Vrouwegasthuis van de Nieuwendijk. Op het terrein werd een nieuw pesthuis gebouwd, dat na 1631 aan de pas gerooide Nieuwe Doelenstraat kwam te liggen. Toen in 1635 de patiënten van dit pesthuis naar het nieuw gebouwde Buiten-gasthuis aan de Overtoomsevaart vertrokken werd de naam van het complex gewijzigd in Binnen-gasthuis.
In 1614 werd op het gasthuisterrein nog een stadsbank gebouwd en in 1647 (op de plek van de stadstimmerwerf) het Oudezijds Heerenlogement, waar ook veilingen georganiseerd werden. Ook bij dit gasthuis werd opnieuw een bayart (daklozenopvang) ingericht met een eigen toegang vanaf de Oude Turfmarkt. Vanaf 1730 werd er veel verbouwd en vernieuwd en in 1828 werd het BG gekoppeld aan de faculteit geneeskunde van het Atheneum Illustre. In de 19e eeuw ging het hele complex nog eens op de schop en reikte bijvoorbeeld de nieuw gebouwde kraamkliniek tot aan de Oude Turfmarkt. Daarvoor werd de Grimnessesluis afgebroken en vervangen.

Wednesday the 13th. Joomla 2.5 templates. Custom text here