Rome

Afdrukken

3. Graf van Petrus

Nadat Petrus omstreeks 64 na Chr. was gekruisigd in het Circus van Nero, zou hij in de buurt daarvan zijn begraven op de bestaande Romeinse begraafplaats langs Via Cornelia. In die tijd was het gebruikelijk dat de lichamen vlak bij de plaats van executie werden begraven, vaak in een massagraf.

Ondanks de uitbreiding van de begraafplaatsen over het totale gebied van het Vaticaan bleef de locatie van het Petrus’ graf bekend bij de eerste christenen: het werd als een pelgrimsbestemming bezocht. De bij opgravingen gevonden munten, onder andere uit de 2de eeuw, bewijzen dit.

Ook in de antieke literatuur is een verwijzing naar het (mogelijke) graf van Petrus bewaard gebleven. De kerkvader Eusebius van Caesarea (275[?]-339) beschrijft in zijn boek Kerkgeschiedenis dat een zekere Gaius – schrijver ten tijde van paus Zephyrinus (119-217) – meldt dat hij (=Gaius) de overwinningstekenen van de apostelen kan laten zien.

<< “Als je naar het Vaticaan gaat, of naar de Via Ostiensis, zul je de overwinningstekenen aantreffen van de mannen die het fundament voor deze kerkelijke gemeente gelegd hebben.” >>

(Eusebius van Caesarea: Kerkgeschiedenis; vertaling van Fahner)

De Vaticaanse begraafplaats was in de eerste eeuwen van onze jaartelling uitgegroeid tot een soort van dodenstad, te vergelijken met de uitgegraven Romeinse begraafplaats Necropoli di Porto (Isola Sacra) bij Fiumicino. Voor een meer eigentijdse vergelijking met een dodenstad kan de huidige begraafplaats van Rome: Campo Verano dienen.

Kanttekening: Necropoli di Porto (Isola Sacra)

Deze Romeinse begraafplaats, gelegen tussen Ostia en Fiumicino, is uitgegraven en geeft een goed beeld van een dodenstad uit de eerste eeuwen van onze jaartelling. De verschillende grafhuizen zijn goed bewaard gebleven en nauwelijks beschadigd. Zo moet de begraafplaats ten Vaticane er ook hebben uitgezien. Voor reconstructie en vergelijkend onderzoek vullen de Vaticaanse necropool en de Isola Sacra elkaar aan.

Deze begraafplaats, gelegen aan de Via Pal Piccolo in Fiumicino, kan tijdens de daguren worden bezocht en is bereikbaar met openbaar vervoer. (Bus COTRAL richting Aeroporto Fiumicino vanaf station Lido di Ostia; uitstappen bij de Via Valderoa)

Kanttekening: Campo Verano

De gemeentelijke begraafplaats in Rome Campo Verano is een opvallende begraafplaats; het aanleggen was een product van de Napoleontische overheersing. Allerlei vormen van begraven zijn daar te zien: het lijkt wel een soort madurodam. De Italianen en de Romeinen in het bijzonder leggen hun doden neer in min of meer dezelfde huizen als waarin ze hebben gewoond – zo lijkt het althans. Op deze gigantisch grote dodenakker bevinden zich grafhuizen, grafhuisjes, begraafhokjes, grafflats met drie, vier of vijf verdiepingen, kastenwanden van circa tien begraafnissen boven elkaar en graven in de grond.

Ook is hier het Grafmonument voor de soldaten van de paus, de Zoeaven, die gesneuveld zijn bij de Slag van Mentana (1867), waaronder veel Nederlanders.

Deze begraafplaats kan tijdens de daguren worden bezocht en ligt naast de San Lorenzo fuori le mura. Tramlijn 19 stopt voor de poort.

afb02 model gedenkteken

 Afbeelding 02: Model gedenkteken

Eén van de vele gedenktekens op deze uitgestrekte begraafplaats stond op een plaatsje (van 4 bij 7 meter), dat was belegd met een groen-wit mozaïek. Langs de noordzijde was een rood-gepleisterde muur opgetrokken, waartegen zich het, door Gaius geduide monumentje bevond. Het bestond uit twee, in de muur gemaakte nissen, waartegen een aedicula was gemetseld; eronder was een uitgraving in de grond, die doorliep onder de rode muur. Dit monumentje is volgens het Liber Pontificalis (Boek der Pausen) geplaatst ten tijde van paus Anacletus (79-89).

Kanttekening: Liber Pontificalis

Het Liber Pontificalis is een verzameling van biografieën van de eerste pausen tot einde 9de eeuw en is geschreven in de 6de eeuw. Hoewel de informatie (met name over de eerste pausen) niet altijd even betrouwbaar is, zijn de meeste feiten via andere bronnen bevestigd geworden.

Het boek bevat zaken als levensbeschrijving, bouwactiviteiten, uitspraken, en dergelijke.

Dat dit een gedenkteken van een gewichtig persoon moest zijn, blijkt zonder meer al uit de hoeveelheid graffiti én uit de dichte groepering van andere graven (ad sanctos) in de bodem nabij dit monument.

Kanttekening: Begraven ad sanctos

Het is een bekend gegeven dat de eerste christenen zo dicht mogelijk wilden worden begraven bij het graf van een belangrijk persoon, bijvoorbeeld een martelaar. In de vakliteratuur wordt dit aangeduid als ‘begraven ad sanctos’. Daarom bevinden zich bijvoorbeeld in de catacomben zo veel graven in de buurt van een aldaar begraven martelaar. De eerste christenen hoopten daarmee nadrukkelijk de voorspraak van de betrokken martelaar te verkrijgen bij de wederopstanding. Hoe belangrijker de persoon in kwestie, hoe beter het was voor de eigen eindbestemming.

De eerste christenen waren zich sterk bewust van het einde der tijden. “Na de dood zou de ziel in een tijdelijke ‘slaap’ geraken”, zo dacht men in die tijd. “Op de jongste dag komen de engelen met hun tuba’s de doden opwekken. Om te voorkomen dat je over het hoofd wordt gezien, moet je ervoor zorgen dat je wordt begraven in de buurt van iemand die beslist niet wordt vergeten.” Begraven nabij het graf van Petrus en later in de kerk van Sint-Pieter was derhalve de beste ‘hiernamaalsverzekering’ die in die tijd kon worden afgesloten.

Zelfs keizer Honorius (395-423) liet naast de Sint-Pieter een mausoleum bouwen voor zijn familie.

Ook de pelgrims uit de Middeleeuwen koesterden zulke wensen. De diverse scholae [uitleg hieronder] in de buurt van de Sint-Pieter hadden allemaal hun eigen begraafplaats. Het huidige Campo Santo Teutonico, de begraafplaats voor Nederlanders, Vlamingen en Duitsers, gelegen naast de huidige Sint-Pieter, is een blijvende herinnering aan dit gebruik.

Opgravingen (tussen 1940-1949 en 1953-1958) hebben – onder andere op grond van de stempels in de stenen – aangetoond dat het gedenkteken is opgericht omstreeks 160 na Chr. en dat de graven rondom dateren uit de 2de en 3de eeuw. Deze opgravingen zijn te bezichtigen via een separate toegangsregeling en dient ruim van te voren te worden aangevraagd.

 

Friday the 16th. Joomla 2.5 templates. Custom text here