Rome

Afdrukken

7. 1939: Opgravingen

Omdat de in 1939 overleden paus Pius XI in de crypte begraven wilde worden, gaf Pius XII opdracht om de crypte uit te diepen. Deze beslissing werd mede beïnvloed door het feit dat de stad Milaan (waar Pius XI aartsbisschop was geweest) een monumentaal graf had doen vervaardigen, dat niet plaatsbaar bleek in de toenmalige ruimte van die crypte. Tijdens de voorbereidingen van deze werkzaamheden stuitte de gravers op de bedolven mausolea. Paus Pius XII gaf opdracht tot verdere opgravingen, waarbij men uiteindelijk uitkwam bij het gedenkteken, dat het graf van Petrus markeerde. Pius XII deed hiervan plechtig melding op 23 december 1950.

De bij het gedenkteken aangetroffen verzameling botten zijn op onwetenschappelijke wijze verwijderd: er werd, bijvoorbeeld, geen beschrijving van de vindplaats opgesteld en de dispositie van de botten werd niet beschreven. De botten werden opgeborgen in een doos en bewaard in een kast; pas jaren later is hiernaar onderzoek gedaan. De botten bleken te zijn van een oude man uit de eerste eeuw na Chr. Bij de botten bevinden zich geen voeten, terwijl ook de schedel afwezig is.

Er bestaat binnen de wetenschappelijke wereld verschil van mening over de gehanteerde methoden dan wel over het niet hanteren van wetenschappelijke methoden. Ook is er geen wetenschappelijke zekerheid dat het gevonden schrijn het graf van Petrus aangeeft. De gevonden botfragmenten werden aangetroffen in een holte onder de muur en niet in de centrale nis van het monumentje. Zekerheid dat het de botten van Petrus zijn, is er niet; terechtgestelde misdadigers werden doorgaans in massagraven geworpen. Mogelijk geeft het monumentje de plaats van terechtstelling aan. Echter, of het nu het graf van Petrus is of zijn cenotaaf, alleen al het bestaan van dit monument vormt een verpletterend bewijs, dat de eerste christenen geloofden dat Petrus in of bij het Circus was gestorven.

Kanttekening: Schedel van Petrus

De kerk van Sint Jan van Lateranen is vanaf de stichting de kerk voor de bisschop van Rome geweest, geen gedachteniskerk dus; de kerk heette aanvankelijk Basilica Salvatoris. Om toch een relatie met de belangrijkste prinsen van de Kerk te verkrijgen zijn (delen van) de schedels van Petrus en Paulus bijgezet onder het hoofdaltaar van deze kerk.

Paus Paulus VI (1963-1978) heeft op 26 juni 1968 plechtig verklaard dat de gevonden botten van Petrus zijn; volgens verschillende geleerden is daarvoor geen wetenschappelijk bewijs, anders dan dat de botten oud zijn.

Kanttekening: Botten van Petrus

Zoals reeds vermeld heeft de opgraving op niet-wetenschappelijke wijze plaatsgevonden. Naast allerlei andere bezwaren heeft één van de redenen voor twijfel te maken met de verering van de apostelen Petrus en Paulus op een plaats onder de huidige San Sebastiano aan de Via Appia. Volgens paus Damasus zijn de stoffelijke resten van de beide apostelen daar begraven geweest. Een andere bron noemt bij de datum 29 juni 345 ‘Gedachtenis van Petrus in de Catacomben in 258’. De botten zijn dus verplaatst (geweest). Zijn de botten wel of niet teruggeplaatst dan wel zijn de juiste botten teruggeplaatst, dat is dan de kwestie.

Naast deze discussie zijn er ook geleerden die betwijfelen of Petrus überhaupt wel in Rome is geweest.

Necropoli sotto la Basilica Vaticana

Zoals hierboven al aangegeven, dient een bezoek aan de Necropoli sotto la Basilica Vaticana ruim te voren te worden aangevraagd. De procedures staan beschreven op de website van het Vaticaan.

(http://www.vatican.va/roman_curia/institutions_connected/uffscavi/documents/rc_ic_uffscavi_doc_gen-information_20040112_en.html)

Het kantoor van de Ufficio Scavi is het beginpunt van de rondleiding en is te bereiken via de Petrus’ Poort (rechts naast de Colonnade van Bernini) of via de Arco delle Campane (rechts naast de Sint-Pieter). Op vertoon van de reservering zal de Zwitserse Garde u de wegwijzen.

Kanttekening: Vroegere locatie obelisk

Vlak bij de poort, waaronder zich het kantoor van de Scavi bevindt, is de locatie waar de obelisk, nu op het Sint-Pietersplein, tot de verplaatsing in 1586 heeft gestaan; de plek wordt gemarkeerd door een witte vierkante tegel. Dit plein draagt de naam van Piazza dei Protomartiri Romani.

afb12 pza protomartiri











 Afbeelding 12: Piazza dei Protomartiri Romani

De gids leidt de bezoekers direct via een aantal trappen naar de necropool, waar de rondleiding voert over een antiek pad om ten slotte te eindigen bij de restanten van het gedenkteken op het (vermeende) graf van Petrus.

De opgravingen bieden een duidelijk beeld zoals het terrein er in de Oudheid heeft uitgezien. De bezoeker moet zich realiseren dat dit pad in de 4de eeuw nog in de openlucht lag en direct toegankelijk was vanaf de Via Cornelia. Velen hebben hier in de eerste eeuwen als pelgrim gelopen op weg naar het gedenkteken op het (vermeende) graf van Petrus. Het is een straat met aan weerszijden een aantal grafhuizen, die goed bewaard zijn gebleven.

De graven bestaan uit één of twee vertrekken, die kleurig zijn versierd met bijvoorbeeld vogels en bloemen. Sommige graven beschikken over nissen voor urnen; andere hebben ruimten voor sarcofagen. Deze graven van welgestelde Romeinen dateren uit de jaren 125 en 300 n. Chr.

Bij een bepaald mausoleum is een inscriptie aangebracht met een deel van een testament. Hierin wordt vermeld dat een graf moet worden gebouwd op de Vaticaan-heuvel nabij de Renbaan (in het Latijn: in Vatic ad circum): een duidelijker bewijs voor het nabij gelegen Circus van Nero is nooit gevonden.

Vanaf het begin van de rondleiding tot het gedenkteken loopt het pad voelbaar omhoog: de bezoeker loopt de helling van de Vaticaanse heuvel op.
Slechts een deel is uitgegraven. Men veronderstelt dat de totale lengte van dit grafpad circa 500 m: ook onder het Sint-Pietersplein zijn resten gevonden.

Opvallend is dat hier te midden van heidense graven ook christelijke graven zijn aangetroffen. De eerste christenen werden dus niet alleen in catacomben begraven. Een ander – niet onbelangrijk punt is dat in de grafhuizen relatief weinig plaatsen voor urnen zijn aangetroffen. Volgens geleerden is er sprake van een overgang in de cultus van begraven: men ging van het verbranden over naar het begraven.

Met name in de buurt van het gedenkteken van Petrus worden verschillende afbeeldingen aangetroffen, die duiden op een christelijke achtergrond; onder andere in het mausoleum van de familie der Iulii bevindt zich de afbeelding van Christus Helios.

Kanttekening: Christelijke beeldtaal

De christelijke iconografie heeft zich in de loop der tijd ontwikkeld. De hamvraag was natuurlijk in die tijd: Hoe verbeeld je een Bijbels figuur? En dat in een tijdsgewricht waarin de Joodse erfenis nog niet geheel was achtergelaten; in het Oude Testament was immers het verbod op het maken van beelden opgenomen.

De voorbeelden die in die tijd voorhanden waren, waren heidens. Feitelijk verschaften de heidense beeldhouwers en makers van sarcofagen de afbeelding voor een Bijbels personage. Zo staat in het grafhuis van de Iulii de Apollo-figuur voor Christus. Zo is de figuur van de Goede Herder (Christus met het schaap) afgeleid van een Romeinse herder, die zijn kudde weidt.

De gids zal nadrukkelijk wijzen op de restanten van het gedenkteken van Petrus: de zogenaamde rode muur en een deel van de rechterzuil van het monumentje.

De rondleiding eindigt in de Grotte Vaticane, alwaar nog een bezoek wordt gebracht aan de Cappella Clementina en de achterzijde van het Petrus-monumentje zoals dat in de Middeleeuwen boven de vloer van de oude Sint-Pieter uitstak.

Voor een plattegrond en een exacte beschrijving van de verschillende grafhuizen:

zie http://www.stpetersbasilica.org/, tabblad Scavi – Necropolis.

Afb13 Schets Opbouw altaarAfbeelding 13: Schets altaaropbouw

Thursday the 20th. Joomla 2.5 templates. Custom text here